Facebooktwitterlinkedin

Een interessante bijeenkomst over de menselijke interactie, gevoel en de ‘onderstroom’.
Op maandag 26 juni jl. kwamen PIT partners samen op een inspirerende locatie in Driebergen voor de try-out van de Masterclass Psychologie in de Boardroom: Wat drijft u als toezichthouder en hoe zet u dat in de praktijk optimaal in?
Psychologie in de boardroom
Op eerste gezicht een ruim onderwerp met een aansprekende ondertitel: hoe breng je als toezichthouder in de praktijk de psychologische aspecten van het toezichtswerk op een goede manier tot uitdrukking?
In ons eigen netwerk hebben wij gelukkig partners die die kennis en ervaring hebben en willen delen met anderen. Op deze manier creëert PIT een broedplaats voor nieuwe inzichten en ideeën: kennis delen = kennis vergroten.

PIT-partners Urszula Breedijk (gezondheidspsycholoog, psychotherapeut i.o. en toezichthouder) en Martijn de Loor (arbeids- en organisatiepsycholoog en toezichthouder) lieten de deelnemers zien hoe psychologische fenomenen ons gedrag besturen. Zij relativeren de veelal overschatte capaciteiten van ons bewustzijn en het bestaan van een vrije wil en breken een lans voor de kracht van het onbewuste. De ijsberg blijft hiervoor een sterke metafoor: naast de top is er ook niet direct zichtbaar/waarneembaar gedrag. Hoe ga je om met die “onderstroom”?

De deelnemers deelden ervaringen en cases uit hun eigen toezichthoudende praktijk:

  • Hoe reageer je op non-verbale reacties in een vergadering?
  • Hoe breng ik mijn onderbuikgevoel in een RvT-vergadering als alles op papier lijkt te kloppen maar het eigenlijk te mooi is om waar te zijn?

Alleen ratio is te eenzijdig, de kunst is om de gevoelens op een effectieve manier in te brengen. Ook hier geldt: oefening baart kunst, door het vaker te benoemen wordt het steeds makkelijker/vanzelfsprekender.
Je moet alleen niet wachten tot de setting veiliger wordt om gevoelens bespreekbaar te maken, maar je zelf openstellen zodat het veilig wordt.
Bovendien, “de wedstrijd (van RvT-vergadering) is strak afgebakend in tijd en plaats, maar het spel stopt niet…

De inleiders plaatsen IQ – nog steeds een selectiecriterium bij commissarisbenoemingen – naast heel andere gedrags- en geschiktheidsfactoren voor de toezichthouder, nl de kracht van EQ. Het bijzondere aan EQ is dat het een vaardigheid is en ontwikkelbaar is.

Een onderdeel van EQ is empathie, meer ruimte hiervoor in de boardroom zou voor meer evenwicht kunnen zorgen door contact te maken met de mens en niet alleen de professional.

De ongekende en soms brute krachten van groepsgedrag en interactiedynamiek in de boardroom worden duidelijk door onder meer een experiment van Higgins e.a. dat wij tijdens de class hebben gedaan. De deelnemers werden in twee groepen verdeeld, elke groep krijgt een set woorden te zien, las een verhaal en werd gevraagd een eerste indruk te geven over de hoofdpersoon in het verhaal. De groep met de positieve woorden kregen een betere indruk van hem dan de groep met negatieve woorden.
De onbewuste informatie had het gedrag gekleurd, schokkend om te ervaren.
De inzichten van Robert Zajonc maken duidelijk dat de aanwezigheid van anderen de prestaties van een makkelijke taak verbetert en een moeilijke taak vermindert.
Groepsdruk kan ook zorgen voor conformiteit (Ash-experiment) of erger tot het ontkennen van verantwoordelijkheid (By-stander effect).
Interessant om bij stil te staan als er in een RvT gewerkt wordt met commissies: ontslaat jou dat als er al vijf mensen naar hebben gekeken?
De Consent-methode (zie het boek De zwarte doos van de boardroom) wordt als communicatietechniek genoemd om de besluitvorming binnen een RvT effectiever te laten zijn.

En blijf jezelf bij dit alles steeds afvragen: Ben ik mij bewust van wat ik voel? Vertraag het proces door te voelen, te observeren en afstand te nemen én dicht bij jezelf te blijven.

Als try-out was het geslaagd, en ja, er zijn wat veranderingen gewenst om het nog krachtiger te maken (vier uur was wel heel kort) , daarom mooi om dat samen met de inbreng van de PIT-partners verder te ontwikkelen.

In het najaar is er een vervolg en deze gaat helemaal over het op een effectieve en functionele manier boven water halen van de onderstroom.

Verslag: Hanske Plenge

Facebooktwitterlinkedin